Takkenhoogte: een landschap met een verhaal
Het natuurreservaat Takkenhoogte-Meeuwenveen is een overblijfsel van een eens uitgestrekt heide- en veengebied, waar de Reest als een slingerende veenbeek doorheen kronkelt. Binnen dit landschap vormt de Takkenhoogte een opvallende, met eikenbos begroeide verhoging. De naam verwijst naar de familie Takken, die hier vroeger veel land bezat.
Een onheilspellende geschiedenis
Volgens overleveringen werd de Takkenhoogte nooit omgezet in landbouwgrond vanwege een duister verleden: op deze plek zou in vroeger tijden veel vee begraven zijn, nadat het was gestorven aan een besmettelijke veeziekte.
Dit zou gebeurd zijn op twee locaties:
- Bij de Dikke Steen, een markante zwerfkei in een weiland aan de noordkant van het gebied.
- In een komvormige laagte in het huidige graasgebied, net ten zuidoosten van het bos.
Vroeger golden er strikte regels voor het begraven van vee. Kadavers moesten op een diepte van 1,50 meter worden begraven en minstens tien meter verwijderd blijven van woonhuizen, wegen en voetpaden. Vooral als vee aan miltvuur (antrax) was gestorven, werd het begraven om verdere besmetting te voorkomen. Maar hierin schuilde een risico: de bacterie die miltvuur veroorzaakt, kan eeuwenlang in de bodem sluimeren en onder de juiste omstandigheden opnieuw actief worden.
Dit dreigende gevaar kan de reden zijn geweest waarom de Takkenhoogte nooit in cultuur werd gebracht. In plaats daarvan bleef het een ruig en ongerept natuurgebied—een plek met een mysterieus verleden, dat nog altijd deel uitmaakt van het landschap van de Reest.
