navigatie overslaan

De moord op Mina Koes

Langs een eeuwenoud pad over het Schottersveld ligt een steen met de letters MK. Op deze plek kwam op 30 mei 1881 dienstbode Mina Koes haar moordenaar tegen: veenarbeider Remmelt van der Hulst.

Mina was op weg naar haar ouders, terwijl Remmelt doelloos rondzwierf. Hij had eerder die dag zijn roes uitgeslapen in het politiebureau van Hoogeveen. Net als bij velen de afgelopen tijd, probeerde hij ook bij Mina geld los te krijgen. Maar hoe hij ook aandrong, Mina weigerde resoluut. Woedend trok Remmelt zijn mes en stak haar dood. Vervolgens roofde hij haar vierendertig stuivers, haar kousen en schoenen, en de gouden kroontjes van haar oorijzer.

Na de moord wezen geruchten in de richting van Willem Venema, die daarop werd gearresteerd. Maar door gebrek aan bewijs werd hij weer vrijgelaten. Toch bleef het wantrouwen tegen hem zo groot dat hij elke zondag vooraan in de kerk op het zondaarsbankje moest zitten. Dit duurde maar liefst twee jaar en twee maanden—totdat de echte dader alsnog werd ontmaskerd.

Het was Remmelts eigen vrouw die hem aangaf. Vanaf het begin had ze hem verdacht, maar pas toen hij haar de gouden kroontjes liet zien—die hij niet had kunnen verkopen—wist ze het zeker.

Remmelt werd veroordeeld tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf. Zijn vrouw liet zich van hem scheiden en hertrouwde. Jaren later, op zevenenzestigjarige leeftijd, stierf Remmelt een eenzame dood: hij vroor dood in een plaggenhutje bij Vriezenveen.