De Juffer van Echten
Het huis te Echten werd bewoond door de familie Van Holthe tot Echten, een invloedrijke familie die een grote rol speelde in de ontwikkeling en ontginning van het omliggende veengebied.
Kaatje, de dochter van Van Holthe tot Echten, was verloofd met een jongeman die niet bepaald rijk was. Binnen de familie van Echten gold echter één onwrikbare regel: zij hadden in alles voorrang. Vlak voor de bruiloft drukte Kaatjes moeder haar dan ook op het hart: "Kaatje, zorg ervoor dat jij de baas blijft!" Kaatje knikte. Daar zou ze wel voor zorgen.
Maar haar kersverse echtgenoot had haar al snel door. Op een dag stelde hij voor om samen een ritje in de sjees te maken. Ze namen twee honden, twee paarden en een geweer mee. Na een paar honderd meter greep de jonge echtgenoot plots zijn geweer en schoot een van de honden dood. Kaatje schrok en riep: "Waarom doe je dat?" "Och," antwoordde hij laconiek, "hij liep mij niet naar de zin."
Even later haalde hij opnieuw de trekker over en schoot ook de tweede hond dood. Kaatje was met stomheid geslagen. Ze vervolgden hun rit, maar niet voor lang. Eerst schoot hij het ene paard neer, daarna het andere. Toen richtte hij zich tot Kaatje en beval: "Trek jij nu de sjees maar."
Kaatje schreeuwde en tierde, maar haar man hield het geweer vastberaden in de aanslag. "Trekken!" beval hij. "En als het mij niet naar de zin gaat, schiet ik je neer, net als de paarden."
Met tegenzin pakte Kaatje de sjees vast en begon te trekken. Toen haar echtgenoot zag dat ze uitgeput raakte, hield hij haar plots tegen: "Ho! Stop maar. Ik laat de knecht het spul wel weghalen." Daarna wandelden ze samen naar huis.
Eenmaal thuis stortte Kaatje haar hart uit bij haar moeder. "O, moeder, wat heb ik een kwaaie man!" klaagde ze.
Het kostte hem twee honden en twee paarden, maar zo liet de echtgenoot er geen misverstand over bestaan wie in dit huwelijk de baas was. En gek genoeg… uiteindelijk werd het nog een goed huwelijk ook.
